
Pasen in Rusland, massaal stromen gelovigen naar de kerk
Pasen in Rusland, het belangrijkste christelijke feest. Nooit eerder woonde ik het bij en ik dacht dat het ook dit keer niet zou lukken. Maar ik had me vergist in de telling: uitgerekend de laatste dag van mijn verblijf kan ik het nog meemaken. Ik ga naar de nachtmis.
Al een paar uur van tevoren maakt een lichte opwinding zich van me meester. De paasnachtmis in Rusland moet iets bijzonders zijn. Zo hoor je van mensen die er geweest zijn, zo lees je in de literatuur. Anton Tsjechov beschrijft het in zijn verhaal ‘Paasnacht’ uit 1886. ,,Nergens kan de opwinding en commotie beter worden gevoeld dan in de kerk. Bij de deur was er een voortdurende worsteling gaande tussen eb en vloed. Sommige mensen kwamen naar binnen, anderen gingen eruit, maar ze kwamen snel terug, slechts om even te staan voordat ze weer vertrokken”, schetst de bekende Russische schrijver het beeld van de mis die hij bezocht.
Het is al donker als ik even voor tien uur de centrale Nikolski-kerk betreed. Buiten is de zang van de voorbiddende priester te horen door de geluidsboxen die er zijn neergezet. Binnen is het nog rustig. Rechts voorin de kerk staat een geestelijke, een man met een flink postuur en lange baard, gelovigen onophoudelijk te zegenen. Ze staan in een lange rij, helemaal tot achterin. De koorzang vermengt zich met de gebeden en lezingen van de priester tot een onwaarschijnlijk zuiver klinkende harmonie. Overal branden de kaarsen en hangt de geur van wierook.
Het verschil in jong en oud is treffend. Niet alleen de oude vrouwtjes, wier kleding de sojvettijd nooit is ontstegen, en die daardoor allemaal zo op elkaar lijken, komen hier hun gebeden prevelen. Ook jongeren met lang haar en hippe kleren tonen zich minstens zo devoot. Gedreven slaan ze hun kruisen, buigen ze, branden ze kaarsen en kussen ze iconen.
Rechts van me staat een tienermeisje, klein van stuk en met halflang bruin haar. Ze heeft een gewatteerd jack aan, loopt op All Star-gimpies en is vergeten een hoofddoek om te doen. Ze lijkt het moeilijk te hebben. Huilt ze nou? Ik kan het niet goed zien, want ze staat met haar gezicht naar beneden gewend. Af en toe schokken haar schouders licht.
Links van me staat een man van middelbare leeftijd in een camouflagejack. Hij staart, zoals velen, gebiologeerd naar de iconostase, de wand voorin de kerk waarop Maria, Jezus, de discipelen en andere heiligen zijn afgebeeld. Russen bidden met de ogen open, hun blik gefixeerd op een icoon.
Die is voor hen meer dan een decoratie. Een icoon is een venster op de hemel, de rechtstreekse verbintenis tussen God en de mens. In tegenstelling tot de rooms-katholieken, biechten orthodoxen ook niet aan de priester maar aan een icoon van Christus. De priester is slechts aanwezig als een spiritueel leider.
,,Eeuwenlang absorbeerden de afbeeldingen de angsten en hoop van mensen, het goede en het kwade, de iconen waren gevuld met de energie van al die gebeden. Ze waren een levend organisme geworden, een ontmoetingsplaats tussen God en mens”, sprak de negentiende eeuwse Russische filosoof Ivan Kirejevski ooit poёtisch.
Ik voel me verlegen, ben langer van stuk en daardoor misschien opvallender dan de meeste aanwezigen, maar sla geen kruisen en buig niet. Ik vind de orthodoxie mooi, maar ik bén niet orthodox. Meedoen met de rest gaat me te ver. Op weg naar de kerk was ik een klein winkeltje binnengegaan om nog wat te kopen. Ik vertelde de vriendelijke vrouw achter de balie (ze hield me voor een Amerikaan) dat ik op weg was naar de mis. ,,Bent u zelf orthodox?”, vroeg ze. ,,Nee, ik ben protestant”, loog ik half. Waarop ze verklaarde dat het niet uitmaakt, omdat ‘we toch allemaal tot dezelfde God bidden’. Ze haalde me over een typisch Russisch paascakeje te kopen. ,,U moet het laten zegenen in de kerk”, glimlachte ze me toe. Mede daarom voel ik me nu, hier in deze prachtige kerk, niet onwelkom.
Tegen elf uur begint het vol te lopen. De opwinding die Tsjechov beschreef, wordt voelbaar, de mystiek verovert de kathedraal langzaam. Dan zwaait de poort van de iconostase open en schrijdt de metropoliet (de leider van het kerkprovincie) naar buiten, gevolgd door priester en koorknapen. Ze dragen attributen, lange kaarsen en wierookvaten, en stellen zich op in een rij om naar buiten te gaan. Een van de priesters maant het inmiddels massaal toegestroomde volk hooghartig plaats te maken. Even later checkt hij zijn mobieltje nog even. Het licht gaat uit, alleen de kaarsen branden nog.
Schuin voor me staat een jong stelletje, tieners nog. De jongen heeft een wat onnozel uiterlijk -peenhaar en een brilletje-, zijn vriendinnetje is blond en mooi, iets groter dan hij is. Hij staart verlangend naar haar, zij negeert hem een beetje. Af en toe overleggen ze wat, maar ze kijkt hem verveeld en liefdeloos aan.
Tegen twaalven stroomt de processie van geestelijken eindelijk naar buiten, het koor valt stil en de klokken beginnen te luiden. In het halfduister hangt inmiddels een mist van kaarsendamp vermengd met wierook, de spanning stijgt, er staat verwachting in de ogen van de in de kerk achtergebleven gelovigen. Dan klinkt het verlossende woord van de metropoliet: ,,Christos voskres! (‘Christus is verrezen’) ”, gevolgd door het antwoord van de gelovigen: ,,Voistinoe voskres! (‘Hij is waarlijk verrezen’).” Na ruim tweeënhalf uur staan, doet alles zeer als ik terug wandel naar het hotel. Maar ik voel het niet meer. Het was een mooi afscheidscadeau van Rusland. Morgen vertrek ik naar China.
april 20, 2009 at 6:20 pm
Het afscheid van Rusland doet je bijna voelbaar pijn. Het lijkt me prachtig om een paasdienst mee te maken op authentieke wijze. Afgelopen zaterdag forse bijlage van AD over de Transsiberie express… dat ging echter met name over het gebrek aan contact met authentieke Russen. Ik zie dat je niet de gebaande paden loopt want jouw verslagen lopen er juist van over!!
Hoe is je Mandarijn vandaag de dag? Veel succes in het volgende hoofdstuk!
april 21, 2009 at 5:47 am
Het afscheid van Rusland deed wel en geen pijn. Wel omdat het toch het land op mijn reis is, waarmee ik me het meest verbonden voel, dat ik het beste had voorbereid en waar ik me heeft meest verstaanbaar kan maken. Wat toevallig dat het AD dat stuk over de Transsib net had. Als je geen Russisch spreekt en de duurste (afgesloten) coupe neemt, heb je inderdaad weinig contact met medereizigers. Maar dat is iets wat ik nu in China ook ga meemaken. De bijdragen op mijn blog zullen daardoor toch wel een ander karakter krijgen (mogelijk ook minder, zowel in kwantiteit als in kwaliteit). Want mijn Mandarijn is toch wat achtergebleven, moet ik zeggen :-)
april 21, 2009 at 9:49 pm
Ben benieuwd hoe je Kitai zult ervaren. Ben een paar keer in China geweest en vond het erg prettig reizen. Het eten is overal goddelijk: gewoon langs de tafeltjes lopen bij de mom-and-pop-restaurantjes en aanwijzen wat je zou willen eten. :-) Ook erg fijn dat Chinezen – was mijn ervaring – ingesteld zijn op mensen die hun taal niet spreken. @ MvanVliet: Veel Chinezen schijnen het Mandarijn ook niet machtig te zijn. Ik vond het eerst bijzonder en na een paar dagen volkomen normaal dat iedereen je helpt met gebaren en tekeningen, briefjes voor je schrijft (eventueel samen met de halve familie of de hele rij kooplieden op de markt samen) en dat taxichauffeurs, winkeljuffrouwen en kaartjesverkopers dan precies doen wat er op het briefje geschreven is. Of… wat ik dacht dat erop geschreven was. Misschien is het allemaal een grote Truman Show geweest..! :-) Laat het ons maar weten, Joosje!